Werkelijk rendement – minder emotie, meer realiteit
Recent gaf de minister van Financiën aan dat het wetsvoorstel voor belasting op werkelijk rendement in box 3 opnieuw wordt bekeken. De invoering staat daarmee politiek niet vast in de huidige vorm. Dat onderstreept een bredere realiteit: fiscale kaders rond vermogen blijven in beweging.
Voor veel van onze relaties speelt box 3 beperkt of indirect. Vermogen wordt doorgaans aangehouden binnen een holding- of family office-structuur. Toch is de discussie relevant. Niet vanwege de specifieke regeling, maar omdat zij illustreert hoe snel spelregels kunnen verschuiven — en hoe emotioneel daarop wordt gereageerd.
Wie concludeert dat beleggen door fiscale wijzigingen ‘geen zin meer heeft’, verwart regels met realiteit.
De vraag is daarom niet alleen wat er fiscaal verandert.
De vraag is hoe je als vermogenshouder rationeel blijft opereren onder veranderende regels.
Wat verandert er eigenlijk?
In het huidige box 3-stelsel wordt uitgegaan van een fictief rendement van circa 6%, ongeacht het werkelijke resultaat. In het voorgestelde nieuwe stelsel wordt het werkelijke rendement belast.
Dat voelt ingrijpend. In werkelijkheid is het verschil methodisch, niet principieel: rendement werd al belast — alleen op basis van aannames in plaats van uitkomsten.
Het nieuwe systeem introduceert bovendien iets wat in het oude ontbrak: verliescompensatie. Verliezen mogen worden doorgeschoven naar volgende jaren. Dat maakt het stelsel pad-afhankelijk — de volgorde van rendementen doet ertoe.
En dat is precies waar nuance nodig is.
De misvatting: “Je bent altijd slechter af”
Op basis van 12.000 gesimuleerde rendementspaden (gemiddeld 6% rendement, 11% volatiliteit — vergelijkbaar met een gebalanceerd risicoprofiel) ontstaat een genuanceerder beeld:
- Bij kleine vermogens rond de vrijstelling is het oude systeem vaak gunstiger.
- Bij grotere vermogens kantelt dit beeld.
- In slechte rendementsscenario’s is het nieuwe systeem vaak juist gunstiger, dankzij verliesverrekening.
- In uitzonderlijk goede, vrijwel onafgebroken positieve rendementen is het oude systeem voordeliger.
Met andere woorden: het nieuwe stelsel is niet per definitie slechter. Het bevoordeelt geen constante winnaars, maar beschermt tegen structureel pech.
Het echte vraagstuk: inflatie
De relevante vraag ligt echter elders.
Belasting wordt geheven over nominaal rendement. Maar koopkracht wordt bepaald door reëel rendement.
Bij 6% rendement en 3% inflatie blijft er vóór belasting effectief 3% koopkrachtgroei over. Na belasting blijft daar aanzienlijk minder van over. Inflatie weegt vaak zwaarder dan belasting.
Figuur 1: Nominaal vermogen en reële koopkracht onder oud en nieuw box-3 stelsel, 10-jaars simulatie

Wie uitsluitend naar nominale cijfers kijkt, mist het werkelijke verhaal.
Een illustratie:
- €500.000 geïnvesteerd tegen gemiddeld 6% rendement groeit in 10 jaar nominaal naar circa €710.640–€724.670 (afhankelijk van stelsel).
- Corrigeer je dit voor 2,8% inflatie, dan resteert circa €539.160–€549.810 in koopkracht.
- Ter vergelijking: bij een spaarrente van 1,5% groeit €500.000 nominaal naar circa €553.340-€557.040 (afhankelijk van stelsel). Na inflatie resteert dan ongeveer €419.820-€422.620 aan koopkracht.
Met andere woorden: de keuze om niet te beleggen kan economisch juist het duurste scenario blijken.
Inflatie kost hier structureel meer dan belasting.
En juist dat risico krijgt in het publieke debat relatief weinig aandacht.
Wat betekent dit strategisch?
Het nieuwe box 3-stelsel:
- Maakt rendementspaden relevanter.
- Maakt verliesverrekening waardevol.
- Maakt het verschil tussen sparen en beleggen economisch, in plaats van fiscaal gedreven.
- Verandert niets aan de structurele rol van inflatie.
Het systeem piept en kraakt. Het is legitiem om vragen te stellen over dubbele belastingdruk en het negeren van inflatiecorrectie.
Maar concluderen dat beleggen zinloos is, is een rekenkundige fout.
Sterker nog: in een wereld waarin inflatie structureel aanwezig is, wordt rationeel beleggen juist belangrijker.
Onze visie
Bij RAMM geloven we niet in reageren op fiscale ruis. We geloven in het beheersen van risico over volledige marktcycli.
Belasting is een randvoorwaarde. Inflatie is een constante.
Wat telt is hoe een strategie zich gedraagt onder verschillende scenario’s.
Rust ontstaat niet doordat regels perfect zijn.
Rust ontstaat wanneer een portefeuille ook onder imperfecte regels rationeel blijft functioneren.
Peace of mind, even when markets — or tax regimes — shift.

